Jaarrapportage 2019

Februari 2020

Doelstelling convenant

Het Convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (IMVB) Pensioenfondsen is op 20 december 2018 ondertekend door 73 pensioenfondsen, de Pensioenfederatie, 6 ngo’s, 3 vakbonden en 3 ministeries. Het aantal pensioenfondsen is in het eerste jaar gestegen tot 81. De pensioenfondsen zijn samen goed voor zo’n 1200 miljard euro belegd vermogen; dat is 90 procent van het totale door Nederlandse pensioenfondsen belegd vermogen. 

Het doel van het convenant is om de negatieve gevolgen van beleggingen door pensioenfondsen op samenleving en milieu te voorkomen en aan te pakken. De pensioenfondsen maken hierbij gebruik van de kennis en ervaring van overheid, ngo’s en vakbonden in Nederland en van de (lokale) partners van die partijen. Hierdoor krijgen de fondsen meer inzicht in waar zich risico’s op bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen of milieuschade voordoen en kunnen zij hun invloed aanwenden om problemen op te lossen en risico’s te verminderen. Het uiteindelijke doel is dat dit effect heeft op de praktijk van de ondernemingen waarin zij beleggen.

Een breed en een diep spoor

Het convenant kent een breed spoor en een diep spoor. Het brede spoor betreft de hele pensioensector. Het doel is dat alle Nederlandse pensioenfondsen met een aanpak aan de slag gaan om de implementatie van de OESO-richtlijnen en UNGP’s te versnellen.


Zij gaan samen met overheid, vakbonden en ngo’s aan de slag met concrete cases: een onderneming, cluster of sub-sector van ondernemingen in een specifiek land die geprioriteerd is door de partijen in het convenant op basis van de selectiecriteria.

Inrichting governance

Het convenant wordt geleid door een stuurgroep, waarin de vier geledingen zijn vertegenwoordigd. Daarnaast is er een onafhankelijke monitoringscommissie die jaarlijks toezicht houdt op de voortgang van de uitvoering van het convenant. Deze commissie bestaat uit drie deskundigen: Kees Gootjes, Udeke Huiskamp en Alfred Slager. De SER voert als onafhankelijke partij het secretariaat.

Rol overheid, vakbond en ngo’s

De overheid, vakbond en ngo’s hebben binnen het convenant een onafhankelijke, kritische en constructieve rol. De overheid zet zich bijvoorbeeld actief in voor economische IMVO-diplomatie. Zij betrekt de ambassades om kennis van lokale omstandigheden te benutten en draagt het convenant internationaal uit tijdens fora en in bilaterale gesprekken. Ook heeft zij een voorbeeldfunctie op het gebied van MVO, bijvoorbeeld als het gaat om staatsdeel­nemingen en exportkrediet­verzekeringen. Vakbond en ngo’s delen hun kennis en expertise op specifieke ESG-thema’s. Zij ondersteunen verzekeraars bij het ontwikkelen van thematisch beleid en zetten hun lokale netwerken en contacten in om verzekeraars van actuele informatie te voorzien. Ook dragen zij bij aan de prioritering en aanpak van risico’s en aan het overleg over verbetering van de situatie van benadeelden. Partijen geven hun verantwoordelijkheid voor het convenant daarnaast praktisch vorm door vanuit elke geleding voorzitterschap van de werkgroepen op zich te nemen.